vrijdag 31 maart 2017
dinsdag 7 februari 2017
vrijdag 29 april 2016
woensdag 1 juli 2015
Dagen,weken,maanden

De dagen, weken, maanden rijgen zich aaneen.
Soms gaat het goed en sla ik me er wel doorheen en soms gaat het slecht en is het een grote poel van jou missen,uitzichtloosheid en vertwijfeling.
Ik zou willen dat je eens wat van je liet horen, dat je in mijn dromen kwam om te zeggen dat het goed met je gaat maar de dagen,weken, maanden verstrijken zonder een teken van jou.
Je geloofde er ook niet echt in, in het paranormale gedoe van een leven na de dood.
Dood is dood zei je altijd als ik er wel eens over begon.
Maar je liet mij geloven liet me in mijn waarde omdat ik wel overtuigd was van een leven na de dood.
Je hoorde me belangstellend aan als ik weer eens op zo´n avond was geweest en veel te vertellen had.
Het is eenzaam hier zonder jou, het bed blijft te groot voor mij alleen en de koffie smaakt minder lekker als ik ze drink zo zittend op ons terrasje..
Eigenlijk is het leven een stuk minder leuk dan het met jou was.
Het is weer zomertijd en de motoren rijden weer, ik hoor hun gebulder in de straat maar ik hoor geen schuttingdeur meer openslaan en het gebulder van je Harley op de achterplaats als je weer thuiskomt.
Bijna 1½ jaar ben je weg uit mijn leven, en toch kun je zo weer thuiskomen alles is er nog.
Je kleren,je schoenen, je jas op de kapstok, je tandenborstel en je geurtjes in de badkamer.
Als het zou kunnen kon je zo weer binnenstappen, zou ik naar de winkel racen om je favoriete eten te halen.
En´s avonds op de bank zou ik weer tegen je sterke lichaam aanhangen om een filmpje of onze favoriete serie te zien op tv,
en het zou allemaal weer ¨gewoon¨ zijn.
Het is waar het is onmogelijk en natuurlijk besef ik dat, ik ben echt niet gek of zo maar mijmeren en dromen mag je doet er niemand kwaad mee alleen misschien jezelf.
Zou je dan toch gelijk hebben gehad is er geen leven na de dood?
Ik weiger het te geloven, ik houd me zelf voor dat je gewoon nog even tijd nodig hebt.
En dus blijf ik geduldig wachten.
maandag 26 januari 2015
donderdag 18 september 2014
De dagen worden beschenen door een uitbundige zon die zijn warme stralen genadeloos op mijn bloemenpracht laat vallen. De hitte is soms te veel voor de tuin die er zo prachtig bij stond.
De hortensia´s verschroeien en de eenjarigen laten triest hun kopjes hangen ondanks de regelmatige sproeibeurten die ik ze geef.
Gek, hoe jammer ik het ook vind ik kan me er niet zo druk meer om maken zoals ik vroeger wel deed en ik overal parasolletjes plaatste om ietwat beschutting van de arme zieltjes te creëren.
Eigenlijk kan ik me om weinig dingen nog druk maken, het boeit me allemaal niet meer zo.
Sinds jij weg bent is de wereld om me heen zo´n stuk kleiner geworden, ja daar kies ik ook voor.
Ik heb de behoefte om me te socialiseren niet zo erg, zit het liefste thuis met de vertrouwde dingen om me heen, er is nog zoveel wat me aan jou herinnerd.
Ik ben moe, moe van het jachtige leven om me heen, mensen die van je verwachten dat je nu maar weer ¨gewoon¨ moet doen en dat je nu toch haast wel uit gerouwd moet zijn. Een enkeling die tussen neus en lippen nog eens een keertje vraagt hoe het met je gaat en daarna vlug weer over iets anders begint.
Hoe kunnen ze ook weten van het grote gemis dat ik elke dag weer ervaar, van het feit dat ik niet zo maar even mijn hand over je kale kop kan laten glijden, mijn hoofd niet even tegen je schouder aan kan leggen voor troost en warmte, van de lege koude plek in ons bed, het gemis van je vertrouwde stem je lach, het veilige gevoel dat ik altijd had in jouw nabijheid.
Het huis ademt nog steeds je aanwezigheid uit, je jas op de kapstok je schoenen in de gang, de persoonlijke dingen in je la en al je kleren die ik nog steeds niet kan wegdoen. Maar jij, jij bent niet tastbaar meer.
Gisteren ruimde ik de gangkast op en ik heb zitten grienen bij de aanblik van je motorlaarzen die al zo lang ongebruikt daar staan te wachten op...... ja op jou, zoals ik nog steeds wacht op jou.
De tijd rijgt zich aanèèn en is zo kleurloos zonder jou mijn lief.
ZE vinden me zo sterk zeggen ze maar ze weten niet hoe het jaagt in mijn hart als ik de gedachte toelaat in mijn hoofd dat ik je nooit meer zal zien, , zal ruiken, nooit meer je warmte en kracht zal voelen. Nooit meer.........
De hortensia´s verschroeien en de eenjarigen laten triest hun kopjes hangen ondanks de regelmatige sproeibeurten die ik ze geef.
Gek, hoe jammer ik het ook vind ik kan me er niet zo druk meer om maken zoals ik vroeger wel deed en ik overal parasolletjes plaatste om ietwat beschutting van de arme zieltjes te creëren.
Eigenlijk kan ik me om weinig dingen nog druk maken, het boeit me allemaal niet meer zo.
Sinds jij weg bent is de wereld om me heen zo´n stuk kleiner geworden, ja daar kies ik ook voor.
Ik heb de behoefte om me te socialiseren niet zo erg, zit het liefste thuis met de vertrouwde dingen om me heen, er is nog zoveel wat me aan jou herinnerd.
Ik ben moe, moe van het jachtige leven om me heen, mensen die van je verwachten dat je nu maar weer ¨gewoon¨ moet doen en dat je nu toch haast wel uit gerouwd moet zijn. Een enkeling die tussen neus en lippen nog eens een keertje vraagt hoe het met je gaat en daarna vlug weer over iets anders begint.
Hoe kunnen ze ook weten van het grote gemis dat ik elke dag weer ervaar, van het feit dat ik niet zo maar even mijn hand over je kale kop kan laten glijden, mijn hoofd niet even tegen je schouder aan kan leggen voor troost en warmte, van de lege koude plek in ons bed, het gemis van je vertrouwde stem je lach, het veilige gevoel dat ik altijd had in jouw nabijheid.
Het huis ademt nog steeds je aanwezigheid uit, je jas op de kapstok je schoenen in de gang, de persoonlijke dingen in je la en al je kleren die ik nog steeds niet kan wegdoen. Maar jij, jij bent niet tastbaar meer.
Gisteren ruimde ik de gangkast op en ik heb zitten grienen bij de aanblik van je motorlaarzen die al zo lang ongebruikt daar staan te wachten op...... ja op jou, zoals ik nog steeds wacht op jou.
De tijd rijgt zich aanèèn en is zo kleurloos zonder jou mijn lief.
ZE vinden me zo sterk zeggen ze maar ze weten niet hoe het jaagt in mijn hart als ik de gedachte toelaat in mijn hoofd dat ik je nooit meer zal zien, , zal ruiken, nooit meer je warmte en kracht zal voelen. Nooit meer.........
woensdag 18 juni 2014
Vijf maanden, is het al zo lang dat ik afscheid van je heb moeten nemen? Het voelt als gisteren, de film blijft maar in mijn hoofd draaien, die laatste momenten met jou.
De dagen slepen zich voort, het is een ritueel van opstaan (wat me erg moeizaam afgaat) iets eten, drinken en naar het werk. ´s avonds de gang naar boven naar dat grote lege bed wat zo koud is zonder jou.
De volgende dag begint het weer van voren af aan.
De leegte overvalt me genadeloos bij tijd en wijle, het lijkt een zinloos bestaan op deze manier.
Mijn automatische piloot schijnt nog steeds goed te werken en draait volop.
En de wereld draait gewoon door alsof er niets aan de hand is, soms zou ik het uit willen schreeuwen, brullen, razen, vloeken en tieren, zou het opluchten?
Je zou willen dat ik sterk zou zijn, en de meeste tijd ben ik dat ook wel, echt waar, maar soms overvalt me dat machteloze gevoel van het niet kunnen accepteren dat ze niets meer voor je konden doen, dat een medische wereld die zo ver is geen middelen heeft om deze vreselijke ziekte te bestrijden.
Het moment dat je alleen staat, in de kou, uitbehandeld, er kan geen winst meer worden behaald, sorry meneer dit was het dan.
De ontreddering van het niet willen geloven, en het besef dat doordringt dat dit echt het einde is, de wreedheid van dit alles.
Ik had met je oud moeten worden, samen zouden we moeten kunnen genieten van onze oude dag, van de kinderen en de alledaagse dingen in het leven.
Het mocht niet zo zijn, het is ons ontnomen.
Het leven is niet meer zoals voorheen, de vreugde is er uit, de liefde en warmte verloren.
Je bent er niet meer mijn lief, maar in mijn gedachten en mijn hart zal je er altijd zijn.
De dagen slepen zich voort, het is een ritueel van opstaan (wat me erg moeizaam afgaat) iets eten, drinken en naar het werk. ´s avonds de gang naar boven naar dat grote lege bed wat zo koud is zonder jou.
De volgende dag begint het weer van voren af aan.
De leegte overvalt me genadeloos bij tijd en wijle, het lijkt een zinloos bestaan op deze manier.
Mijn automatische piloot schijnt nog steeds goed te werken en draait volop.
En de wereld draait gewoon door alsof er niets aan de hand is, soms zou ik het uit willen schreeuwen, brullen, razen, vloeken en tieren, zou het opluchten?
Je zou willen dat ik sterk zou zijn, en de meeste tijd ben ik dat ook wel, echt waar, maar soms overvalt me dat machteloze gevoel van het niet kunnen accepteren dat ze niets meer voor je konden doen, dat een medische wereld die zo ver is geen middelen heeft om deze vreselijke ziekte te bestrijden.
Het moment dat je alleen staat, in de kou, uitbehandeld, er kan geen winst meer worden behaald, sorry meneer dit was het dan.
De ontreddering van het niet willen geloven, en het besef dat doordringt dat dit echt het einde is, de wreedheid van dit alles.
Ik had met je oud moeten worden, samen zouden we moeten kunnen genieten van onze oude dag, van de kinderen en de alledaagse dingen in het leven.
Het mocht niet zo zijn, het is ons ontnomen.
Het leven is niet meer zoals voorheen, de vreugde is er uit, de liefde en warmte verloren.
Je bent er niet meer mijn lief, maar in mijn gedachten en mijn hart zal je er altijd zijn.

