De kerstboom staat in de hoek van onze kleine huiskamer, vlak voor het raam.
Mijn vader zit op zijn knieƫn en is bezig met een snoer lampjes dat het niet doet. Een voor een draait hij ze aan, totdat er ineens een zee van lichtjes brandt. Groen, geel, blauw, we staan er ademloos naar te kijken.
Intussen heeft mijn moeder de doosjes met kerstballen opengemaakt en mijn zusje en ik mogen ze in de kerstboom hangen. Heel voorzichtig pakken we het zilveren vogeltje met de prachtige verenstaart, het visje met zijn gele vinnen en het oude kerstmannetje dat een ereplaatsje krijgt. Mijn moeder hangt het engelenhaar in de boom, heel precies bekleedt ze de lichtjes. Mijn zusje en en ik rennen naar buiten om te zien hoe de boom voor het raam eruitziet en we weten allebei heel zeker dat niemand in de straat zo'n mooie kerstboom heeft.Kerstmis anno 2006.
Mijn man hangt de gekleurde lichtjes in de boom. Voorzichtig pak ik de versieringen uit de doosjes en de kinderen hangen ze op. Het oude kerstmannetje krijg een ereplekje. We hebben geen engelenhaar, want het lukt me nooit om het zo sprookjesachtig op te hangen als mijn moeder dat deed. Als de boom klaar is, loop ik naar buiten om te zien hoe hij glinstert voor het raam. Maar iets van de glans lijkt verloren, iets van de blijdschap die ik altijd voelde met kerst is verdwenen. Mijn vader en moeder leven niet meer en begin 2004 is mijn zusje overleden aan kanker. Maar als ik mijn ogen sluit, zie ik mijn vader weer, die de lampjes aandraait, mijn moeder die ze bedekt met engelenhaar en ik zie mijn zusje met de schittering van de lichtjes in haar ogen. En even voel ik weer de warmte en liefde die er altijd was in het huis waar ik ben opgegroeid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten